EEN BEKERINGSVERHAAL

.
Getuigenis van Fabienne Gueréro - Gered uit de klauwen van satan

2 aug. 2015

Een getuigenis: " MIJN LEVEN, voor en na."

Aanbevelingsbrief van de geestelijke vader van Fabienne

Ik, ondergetekende, pr. Gilles Hervé, priester van de Rooms-Katholieke Kerk, beveel Fabienne Gueréro aan, die in de hele wereld, haar geestelijke ervaring heeft gedeeld, die haar geloofsleven veranderd heeft en die haar ertoe geleid heeft het Evangelie te verkondigen doorheen de hele wereld.

Door haar getuigenis over haar eigen bekering deelt ze de boodschap van Onze Heer Jezus Christus. Ik heb vertrouwen in de persoonlijke voorstelling van Fabienne Guerréro en in haar getuigenis die getrouw is aan de Katholieke leer.

Van harte,
Pr. Gilles Hervé Bisschoppelijk directeur van de Massa Media - Directeur van het Bisschoppelijk Spiritueel Centrum

2
Interview van Fabienne Guerréro door Mgr. Laurentin.

Op 30 april 2009 heeft Zijne Heiligheid Benedictus XVI Mgr. René Laurentin tot prelaat van Zijne Heiligheid bevorderd.

Fabienne Guerréro is geboren op 14 april 1964. Zij heeft een gemiddelde gestalte, is gebruind met blauwe ogen en kleedt zich op bescheiden wijze. Zij houdt van de precisie die zij zich heeft aangeleerd in haar beroep van directiesecretaresse en haar contrasterende en bijzonder merkwaardige levensloop.

R.L. : Mgr. René Laurentin
F.G. : Mej. Fabienne Guerréro

R.L. : U bent van de sekten naar Christus teruggekeerd met heel wat scherpzinnigheid. Vertel ons daarover.

3
F.G. : Ik heb mijn jeugd doorgebracht met drugs, alcohol, nachtbars, de zonden van het vlees. Ik heb slechte muziek beluisterd, slechte films gezien, spiritisme beoefend, astrologie, numerologie, waarzeggerij, New Age bestudeerd en contacten gehad met een goeroe die mij ingeleid heeft in twee chakras: de chakra van het derde oog en de chakra van het hart.

R.L. :  U bent ook bij de Rozenkruisers geweest. Wat is dat?

F.G. :  Dat is een geheime genootschap. Ik ben ingelijfd geweest in de Haroeris-Loge in Marseille van april 95 tot maart 97.

R.L. : Waaruit bestond dat?

F.G. : Bij de eerste initiatie ben ik in de loge ingetreden op een speciale manier. Ik kan daarover geen bijzonderheden verstrekken om niet in moeilijkheden te komen.

R.L. : Hebt u een christelijke opvoeding genoten?

F.G. : Jawel. Ik ben gedoopt op 3 mei 1964. Ik heb het normale parcours doorlopen: Catechismus, eerste communie, plechtige communie, vormsel.

R.L. : Wanneer zijn uw contacten met de Rozenkruisers begonnen?

4
F.G. : In juli 1993 en ik ben er definitief uitgestapt in maart 1997. Eind 1996 heb ik een eerste bedevaart gemaakt naar Medjugorje.

R.L. : Hoe hebt u zich losgemaakt van de Rozenkruisers?

F.G. : Ik ben begonnen met de Rozenkrans te bidden en ik heb me toegewijd aan het Onbevlekte Hart van Maria. Op 9 augustus 1998, gedurende een H. Mis, heb ik een verbond gesloten met Maria, de Onbevlekte Koningin van het Universum in de Broederschap van Bois le Roi.
Op aanraden van de hemel heb ik H. Missen laten opdragen (meerdere dertigtallen) voor mijn ziel, opdat ik de vrede zou terugvinden.
Ik heb vele sacramenten ontvangen, waaronder meerdere keren de ziekenzalving, zonder dat ik werkelijk lichamelijk ziek was.

Pr. P. Rémels (België) heeft een verbreking van de banden met de esoterie, die ik bezocht, bewerkstelligd. Elke morgen heb ik de kruisweg gelopen, gevolgd door de lauden en de H. Mis.

R.L. : Wat heeft uw “georganiseerde ochtendmis” u opgebracht?

F.G. : Als ik de Heer zie op het ogenblik van de opheffing, kniel ik neer en vraag ik Hem mijn hart te branden aan het vuur van het zijne. Ik communiceer steeds geknield en op de tong.

5
De mis geeft me de kracht mezelf te geven en Hem te volgen.

R.L. : U hebt begrepen dat de vereniging uit verlangen met God, dat wil zeggen de vereniging uit liefde (dat is hetzelfde), de essentie is.

F.G. : Ja, wat voor mij telt is de diepe intimiteit met Jezus, dag na dag, in zijn Vrede en in zijn Vreugde.

R.L. : Ja, een wil die betekenis geeft aan het leven!

F.G. : Ja.

R.L. : Wanneer is uw afwijkend gedrag begonnen? In uw jeugd?

F.G. : Op vijftienjarige leeftijd ben ik met waarzeggerij, astrologie en numerologie begonnen.

R.L. : Numerologie, wat is dat?

F.G. : Dat is een stelsel van geloofspunten die gebaseerd zijn op de toekenning van eigenschappen aan getallen. Een levens fase wordt bestudeerd op basis van de geboortedatum om zich in een bepaalde constellatie te plaatsen.

R.L. : Wat is daaruit voortgekomen?

6
F.G. : Ik ben doorheen drie fasen gegaan waarvan ik de logica zocht.

R.L. : En de New Age”?

F.G. : De New Age is een spirituele stroming die niet van God komt. In die beweging heb ik nooit over Jezus Christus als Zoon van God horen spreken.Ik heb er geleerd dat het “Goddelijke” bestond. “Het Goddelijke” is de meest verheven uitdrukking van het kosmische bewustzijn, de hoogste vibratie (energie). Het komt tot uiting door manifestatie in innerlijke en kosmische energie. Het valt samen met de wereld en met de mens. Het individu kan zeggen: God is in mij, ik ben mijn schepper. In een woord: alles is één, alles is energie, alles is God. De Christus van de New Age die ik gekend heb is een eenvoudige Geest die zich gemanifesteerd heeft in Boeddha en in Jezus van Nazareth. Ik slaagde er niet in een relatie op te bouwen met een persoonlijke God, ik was een eenvoudige golf in de kosmische oceaan. Mijn heil bestond in de experimentele kennis van mijn zogenaamd goddelijke natuur. Ik moest mij persoonlijk waar maken door de innerlijke verlichting, door de wedergeboorten, de zelfbeheersing en mogelijk door het verwerven van krachten door mijzelf op de goddelijke energie aan te sluiten die de zuivering verzekert en de harmonie met zichzelf, met de anderen en met het universum. Ik had genoeg aan mezelf, ik had geen openbaring, noch bekering nodig, noch hulp van buitenaf. Volgens de wetten van het karma, moest ik zelf mijn eigen misstappen herstellen in de loop van nieuwe levens.

7
Mijn geloof was de “gnosis” (geheimen, gereserveerd voor de ingewijden) en ik bad nooit. Ik geloofde zelfs niet in de zonde.

R.L. : De New Age is welbekend, hij maakt zich meester van alle facetten van onze cultuur. Hij maakt er een schitterende maar onsamenhangende synthese van die zijn aanhangers verleidt maar hen gefrustreerd achterlaat. Wat de chakras betreft, dat zijn bij de Indiers bekende teksten die in het Westen onbekend zijn. De zeven belangrijkste gaan van de “wortel”-chakra tot de “kroon”-chakra die in het bovenste deel van het hoofd zetelt. Dat heeft u aan alle mogelijke invloeden onderworpen, vanwaar uw teugelloze levensloop.

F.G. : Het openen van de chakras heeft me van het geloof afgekeerd en mij blootgesteld aan allerlei, uiteenlopende avonturen die me in de vernieling hebben gevoerd.

R.L. : Die goeroe wilde u blootstellen “voorbij” onze normale waarnemingen.

F.G. : Een jaar lang heb ik spiritistische seances bijgewoond. Op een dag heeft hij me voorgesteld een grote schoonmaak te houden. Aangezien ik in de reïncarnatie geloofde, dacht ik dat hij me zou bevrijden van het karma, 't is te zeggen van de erfdienstbaarheid van mijn vorige levens. Hij heeft zijn hand tegelijkertijd op mijn chakra van het hart gelegd en op mijn chakra van het derde oog en hij heeft een aanroeping gedaan in een taal die ik niet begreep.

Bij de volgende spiritistische seance is de Kundalani opgestaan. Ik was zeer bang omdat ik een grote kracht ervoer die door mij heen trok van de “wortel”-chakra tot aan de “kroon”-chakra en die me omhoog lanceerde.

R.L. : Een beetje zoals het voorkomt bij een levitatie?

8
F.G. : Neen, helemaal niet. Het was bij het hoofd dat ik omhoog getrokken werd, zonder dat ik enig doel of voorwerp bereikte.

R.L. : Wat was de aanzet tot uw verdere ontwikkeling?

F.G. : Eind 1996 heb ik een bedevaart gemaakt naar Medjugorje.

R.L. : Hoe was het dat u op dat ogenblik veranderd bent?

F.G. : In Medjugorje heb ik het verlangen naar de sacramenten teruggevonden, dat verlangen was ik al sedert mijn vijftiende verloren; ik heb het verlangen naar het gebed teruggevonden, speciaal naar de Rozenkrans.

R.L. : Als het ware een algemene verlichting.

F.G. : Ja.

R.L. : Dat heeft u opengesteld naar Christus toe?

F.G. : Ja.

R.L. : Hebt u herkend dat het van de Heilige Geest afkomstig was: Hij toont zich niet maar, net als lichtprojectoren die zich bij een voorstelling achter ons bevinden, verlicht Hij de voorstelling: Jezus en zijn Boodschap.

9
F.G. : Ik heb onmiddellijk de werkwijze van de Heilige Geest herkend.

R.L. : De Heilige Geest onderricht ons niet met woorden of uitdrukkingen, maar Hij stuurt ons zijn Licht zodat we Christus en zijn handelingen binnenin onszelf kunnen waarnemen.

F.G. : Ik heb het christendom volledig aanvaard. Ik heb me daar actief op toegelegd door middel van het apostolaat.

Ik heb vijf boekjes geschreven over mijn bekering. Ze hebben op 1 december 2009 het imprimatur verkregen en vier zijn er uitgegeven bij Téqui (uitgeverij van religieuze boeken).

– “J’ai quitté l’Ordre de la Rose-Croix AMORC” (Ancien et Mystique Ordre de la Rose-Croix)  Ik heb de Rozenkruisersorde AMORC (Oude en mystieke Orde van de Rozenkruisers) verlaten.
– “ Astrologie ou confiance en Dieu” Astrologie of vertrouwen in God.
– “ Dieu m’a libérée de la croyance en la réincarnation” God heeft me bevrijd van het geloof in de reïncarnatie.
– “ Jésus miséricordieux m’a libérée du spiritisme” De Barmhartige Jezus heeft me bevrijd van het spiritisme.
– “ Jésus miséricordieux m’a libérée de la voyance” De Barmhartige Jezus heeft me bevrijd van de helderziendheid.

Ik heb ook een website gecreëerd:

10
R.L. Door hoeveel mensen wordt die elke maand bezocht?

F.G. : Ik heb de teller reeds enige tijd weggehaald. Momenteel krijg ik e-mail van enkele tientallen mensen uit alle Franssprekende landen.

Ik verdeel ook cd's over de Heilige Geest, de verschijningen van de Maagd Maria, de gevaren van de New Age, van yoga, reiki, transcendentale meditatie en spiritisme; cd's ook over het onderricht door goede priesters (Pr. E. Tardif, Pr. D. Ange, Pr. Nicolas Buttet, Pr. Roger Paulin...), cd's over het gebed en over de lofprijzing, cd's over verscheidene sacramenten, over de Bijbel, over innerlijke genezing, over evangelisatie, over het leven van de heiligen...

R.L. : En de Rozenkruisers, zijn die uit uw gezichtsveld verdwenen?

F.G. : Ik ben aanhanger geweest van AMORC van juli 1993 tot maart 1997 en ik heb het zevende niveau van de tempel bereikt.

R.L. : Hoeveel niveaus zijn er?

F.G. : Twaalf, denk ik. Na Medjugorje heb ik de imperator van de Orde geschreven om mijn wens uit te drukken weg te gaan. Hij heeft me gevraagd waarom en ik heb geantwoord: “Om terug te keren naar de Katholieke Kerk.

11
R.L. : Waren uw chakra's nog steeds open?

F.G. : Ja.

R.L. : Wie heeft die voor u  gesloten? Ze worden immers niet enkel voor het Christendom geopend...

F.G. : Een priester, van wie ik me de naam niet herinner heeft een gebed gezegd voor de sluiting en alles is terecht gekomen.

R.L. : U hebt geluk gehad dat alles bij u zo snel en, uiteindelijk, zo goed is verlopen.

F.G. : Ja, dankzij de sacramenten die ik elke dag heb ontvangen want velen blijven in de problemen en sterven er soms aan als de kundalini ontwaakt.

R.L. : Mogen wij u vragen wat dat is, de kundalini?

F.G. : Dat is een krachtige energie die zetelt in het heiligbeen. Ze ontwaakt, stijgt op langs de ruggengraat en werkt van centrum naar centrum tot aan de “kroon”-chakra.

R.L. : Heeft dat u geholpen om meer ontvankelijk te zijn voor het christendom?

12
F.G. : Niet direct. Ik ben begonnen de Bijbel te bestuderen, het leven van de heiligen, het Tweede Vaticaans Concilie, de Catechismus van de Katholieke Kerk, en ik zag dat het goed was.

R.L. : Heeft dat u nader bij God gebracht?

F.G. : Ja. Ik bracht mijn middagen door in een kerk met de kruisweg te lopen en om tijd door te brengen met Jezus en het is daar dat ik een stem heb gehoord. Ze kwam uit het Tabernakel en Jezus zei me: “Ik ben je enige Meester”.

R.L. : Hebt u die gehoord of hebt u die innerlijk “waargenomen”, verstandelijk, als het ware?

F.G. : Ik hoorde ze zoals u tot mij spreekt.

R.L. : Ah, ja. U hoorde een stem?

F.G. : Ja. Een stem die uit het tabernakel kwam. Een mannelijke stem, zeer sterk. Ze weerklonk in mij. Dat is me nog overkomen.

R.L. : Alhoewel de Heilige Geest niet spreekt, kan Jezus, die mens geworden is, ons toespreken in menselijke woorden.

F.G. : Jezus zei ook nog: “Mijn heilige Wonden zullen je redden” want Hij zou me opnemen in zijn heilige Wonden om me te redden.

13
R.L. : Zijn Wonden, zijn Lijden, zijn Dood, heeft Hij u daaraan deelgenoot gemaakt?

F.G. : Neen, nog niet. Ik dacht toen dat ik een geestelijke vader nodig had.

R.L. : En die hebt u gevonden?

F.G. : Ja. Mijn eerste geestelijke vader, een dominicaner pater, heeft onderscheiden dat God tot mij sprak.
Is dat normaal, Monseigneur?

R.L. : Ja, welzeker. U heeft het geluk gehad een helderziende pater te vinden.

F.G. : Ik heb hem uitgelegd dat ik een vriend had en dat ik met hem samenwoonde sedert 1994. Na Medjugorje zijn we burgerlijk gehuwd op 6 september 1997, maar wij konden niet kerkelijk huwen omdat hij reeds kerkelijk gehuwd was en daarna gescheiden.

R.L. : En leefde zijn echtgenote nog?

F.G; : Ja, zij had hem verlaten voor een andere man. Na mijn huwelijk, op een avond in mijn kamer is Jezus me komen bezoeken en heeft Hij gevraagd hem te gehoorzamen en aparte kamers te nemen, dan heeft Hij me gezegd: “Ik vraag herstel. Jouw zonde heeft me beledigd”, dan: “Ik wil zowel je lichaam als je ziel”.

14
Mijn geestelijke vader heeft bevestigd dat we in kuisheid moesten leven en god heeft me gevraagd van zijn barmhartigheid te getuigen.
Toen ik weer thuis was heb ik als broer en zuster geleefd.

R.L. : Maar heeft hij aanvaard in die nieuwe toestand te leven?

F.G. : Hij vond het heel erg. Maar vermits Jezus onthouding eiste, heb ik gehoorzaamd.
Tenslotte, op 14 december 2000, ben ik gescheiden om Jezus te volgen in de wereld want Hij had me gezegd: “Ik wil dat je me dient in de wereld”.

Nadat ik het huis verlaten had heb ik het katholieke geloof grondig bestudeerd en begin 2003 heb ik, in gehoorzaamheid aan een pater Pallotijn van Osny, pater Eugène, met wie ik nog steeds samenwerk, een netwerk van pelgrimsiconen van de Barmhartige Jezus opgericht. Pater Eugène is mijn gids voor de Goddelijke Barmhartigheid. Het gaat erom iconen die ik aanmaak in gezinnen, te laten circuleren voor de tijd van een noveen. Ze circuleren momenteel in verscheidene landen, zoals Frankrijk, Guadeloupe, Martinique, Île des Saintes (Guadeloupe), Île de la Désirade (Guadeloupe), België, Zwitersland, Luxemburg, Portugal, Nederland, Afrika, Italië.
Sommige mensen die zo'n icoon krijgen willen het niet meer loslaten. Zij worden nog meer verliefd op Jezus. Ze bidden de Rozenkrans van de Barmhartigheid.




R.L. : Zijn ze talrijk?

15
F.G. : Het is een groot netwerk.

R.L. : Een internationaal netwerk?

F.G. : Ja, beheerd door pater Eugène.

R.L. : Is er geen gebedsgroep?

F.G. : Neen, niet met dit netwerk.

R.L. : Hebt u een beroep?

F.G. : Ja, tweetalig directiesecretaresse. Ik ben ermee gestopt na de bedevaart naar
Medjugorje om me helemaal aan het apostolaat te wijden.

R.L. : U bent pas zesenveertig, u bent nog niet oud genoeg voor pensioen, waarvan leeft u?

F.G. : Mijn zus (gehuwd, twee kinderen) leent me een appartement en mijn ouders geven mij te eten. Ik heb het geld dat mijn uitgevers (Téqui, Parvis, Rassemblement à Son Image – Bijeenkomst rond Zijn Beeld) me aanboden geweigerd.

R.L. : Koopt u kleren?

16
F.G. : Ik bedel omdat Jezus me gezegd heeft: “Volhard in de armoede”  “Wees niet bang te bedelen”.

R.L. : U bent erg overwerkt.

F.G. : Ja; soms weet ik niet meer waar mijn hoofd staat.

R.L. : U leeft als een profeet?

F.G. : Neen, de Maagd Maria heeft me gezegd: “Je zal geen boodschappen krijgen (zoals de profeten) maar blijf trouw aan mijn Zoon”. Zij spreekt mij uitsluitend over mezelf.

R.L. : U heeft een uitzonderlijke genade: verzaking, licht en helderheid. Blijf daaraan trouw. Het is niet gemakkelijk vol te houden.

17
Inleiding tot de getuigenis
(Dokters in de theologie, dokter in de filosofie...)

Het getuigenis van Fabienne is krachtig. Het toont de onmetelijke droefheid die zich meester maakt van een leven dat ver van God wordt geleid. Maar veel meer nog ontsluiert het de spirituele bron van dit onbehagen die enkel een ervaring van de Goddelijke Barmhartigheid en Liefde kunnen openbaren. Welk een stroom van licht dringt door tot de ziel als ze de Barmhartigheid binnenlaat in het leven door de sacramenten! Laten we nooit de droefheid vergeten van onze tijdsgenoten die ver van God leven. De christen mag dan al denken met enige luchthartigheid, dat zij die zich overgeven aan hun ongeordende passies of hun leven bouwen op onzeker en duister geloof, toch nog gelukkig kunnen zijn. De waarheid is helemaal anders. Binnenin hebben zij een diepe droefheid, in de besluiteloosheid van hun leven zijn zij ten prooi aan de macht van kwade geesten die hun vrijheid manipuleren. De vreugde waarmee ze te koop lopen wordt gestuurd door de overlevingsdrang. Ze is kunstmatig maar wordt slechts dan getoond als het licht het hart binnentreedt. Er is dus niets krachtigers dan het getuigenis van iemand die het licht binnentreedt nadat hij de duisternis heeft gekend. Een enkele blik op het Heilig Hart (dat schilderij waarop Jezus zijn gewonde Hart toont van waaruit de stralen ontspringen) en het leven van Fabienne, uitgedroogd van dorst naar liefde en geketend door haar passies, wankelt. Jezus leidt haar dan naar de bron van bevrijding en genezing, de sacramenten van de biecht en van de Eucharistie.

Als we dat getuigenis maar konden beluisteren! We zouden begrijpen welke bevrijdingen en verlichtingen het sacrament van de verzoening bereidt.

Als priester heb ik honderden levens zien balanceren tussen de duisternis en het licht in een enkele biecht. Dat sluit niet uit dat er nog tijd nodig is om geleidelijk te aanvaarden niet terug te keren naar de onderworpenheid van de zonde die onze banden met de kwade geesten weer aanhaalt. Zij die zich, als Fabienne in haar oude leven, in een kwade toestand bevinden, zullen hier de verborgen aard ontdekken van vele praktijken die ze onschuldig achtten. Het zijn niet noodzakelijk de praktijken zelf  die slecht zijn, maar, ontdaan van een echte relatie met God, werpen ze zich op als een valse religie en zijn ze zovele deuren langs waar kwade geesten de ziel in bezit nemen en haar meer en meer binden door haar de vrijheid te ontnemen. We zouden steeds argwanend moeten zijn tegenover praktijken waarvan wij niet duidelijk weten “wat” zich langs hen openbaart. Verstandelijk noemen wij ze occulte praktijken, in die zin dienen ze als scherm. Geesten met kwade bedoelingen verbergen zich in werkelijkheid erachter en werken van daaruit want er bestaat geen onpersoonlijke macht.
God is persoon, licht, zachtheid en tederheid, Hij heeft een gezicht.

18
Elk gelaat dat zich verbergt wordt ervan verdacht gezichten te trekken! We kunnen de mensen die deze regels lezen slechts uitnodigen elke relatie met geesten te wantrouwen, in de rand van een religieuze praktijk.

Wie is het eigenlijk die zich verbergt achter de geesten of achter de doden die door middel van mediums spreken? Tot welke meditatie lenen zich die zogenaamd mediums? Het getuigenis van Fabienne maakt het ons duidelijk. Achter die vals-medelijdende manifestaties van de doden, verbergen zich veelal - om niet te zeggen altijd – kwade geesten. Op lange of middellange termijn brengen die “raadplegingen” mee wat Fabienne zeer goed uitdrukt omdat ze het beleefd heeft: een onbehagen dat een vertwijfeling bestendigt die voor de ziel ondraaglijk is. Die kwade geesten weven de banden die de vrijheid meer en meer opsluiten.)

Dit getuigenis verbindt ons allen door niet enkel het verborgen gelaat van de zonde te tonen maar vooral dat van al die praktische verstoringen die onze maatschappij overwoekeren en de plaats innemen van de ware religie. Ze beloven het onbehagen dat aan ons hart – gekwetst en dorstend naar liefde - knaagt te stillen maar ze storten ons in een onverklaarbaar onbehagen. Hoe meer we ons proberen te bevrijden, des te meer voelen wij ons ten prooi aan de droefheid. Als de Barmhartigheid van Jezus het hart van Fabienne binnenkomt, ontdekt ze in werkelijkheid de keerzijde van de medaille. Eerst en vooral haar eigen verantwoordelijkheid – zeer belangrijk en erg aanwezig in dit getuigenis – dan het spel van de kwade geesten die trachten haar vrijheid in de val te lokken en haar ziel binnendringen om haar uiteindelijk bijna totaal te bezitten. Dan wordt ze zich bewust van de onwetendheid waarin ze zich bevond en begint te proeven van de werkelijke vrijheid, het licht dat het hart verlicht, en vooral van Gods onmetelijke tederheid.

In de grote liefde van Jezus,

Pater Jean-Eudes – Doctor in de theologie

19
Het is met veel respect voor de levenservaring van Fabienne dat ik deze weinige regels schrijf. Als de Heer Jezus haar heeft toegestaan een mystieke ervaring te beleven die haar zijn Tedere Liefde openbaart, is het niet mijn taak haar in twijfel te trekken maar veeleer vast te stellen hoe onze Heer Jezus-Christus haar naar het hart van zijn Kerk geleid heeft, wat mij in verwondering brengt voor Gods werk. Daarom wil ik graag de woorden van paus Franciscus aanhalen, waar hij zegt: “God verrast ons steeds weer, Hij verbreekt schema's, gooit projecten ondersteboven, en zegt: heb vertrouwen in Mij, wees niet bang, laat je verrassen, treed uit jezelf en volg mij!” Het is precies dat wat Fabienne beleeft heeft en haar getuigenis dwingt ons ertoe onszelf opnieuw in vraag te stellen voor God.

Paus Franciscus nodigt ons daartoe uit met een gewetensonderzoek – hij stelt ons de volgende bedenking voor: “Laat ik mij, zoals Maria, verrassen door God, of verschuil ik mij achter mijn zekerheden, materiële zekerheden, spirituele zekerheden, ideologische zekerheden, zekerheid in mijn projecten? Laat ik God werkelijk in mijn leven binnenkomen? Hoe beantwoord ik Hem?”
In het autobiografische getuigenis van Fabienne roept Jezus op tot onbeperkte trouw en tot een onvoorwaardelijk “ja”.

Als God “verrast met zijn Liefde”, verlangt Hij ook “getrouwheid in het feit Hem te volgen” en niet een voorbijgaand “enthousiasme” om vervolgens, vanaf “de eerste problemen”, “de handdoek in de ring te gooien”.

In het geloofsleven moeten wij het oorspronkelijke “ja” “elke dag” herhalen, zoals Maria die “haar 'ja'” aan God heeft gezegd, maar die “ja” was niet de enige, integendeel, hij was slechts de eerste van vele “ja's” die zij heeft uitgesproken in haar hart, in haar vreugdevolle en haar smartelijke momenten. Zovele “ja's” die hun hoogtepunt bereiken in die ene aan de voet van het Kruis”. Dank u wel, Fabienne, dat u “ja” hebt gezegd in het spoor van Maria en vandaag, zoals de gelukzalige Antoine Chevrier het ons zegt, diegene bent die Jezus volgt in het dragen van het kruis, Hem zal volgen in zijn Glorie. Schep moed, zet door, en vooral, dank voor uw inzet en de gehoorzaamheid aan onze Heilige Moeder de Kerk.


Pater Jean-Marie - Dienaar van de Gemeenschap van het Onzichtbare Klooster.

20
“Loof de HEER, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw. “ (Ps 118:1). De Heer vervolgt wonderbaarlijk zijn werk van Liefde en heil in het hart van het menselijk ras. Hij is dezelfde gisteren, vandaag en tot het einde van de tijden. Hij is het die, toen Hij het gebrek van de menigte in de woestijn innig meemaakte, hen brood en vis in overvloed heeft gegeven (Marcus 6:35-44); Hij is degene die, toen Hij de beklagenswaardige situatie van de blindgeborene had onderzocht, aan dat lichaam dat reeds jaren in duisternis was gedompeld, het licht heeft geschonken (Johannes 9); Hij is degene die, toen Hij de zwakheid van het menselijk vlees zag, vergeving schonk aan de overspelige vrouw (Johannes 8:11); Hij is degene die op een dag Saulus ontmoette, die ooit vervolger van de Heilige Kerk was, en hem aanstelde om de evangelische boodschap te verkondigen (Handelingen 9:1-28);

Hij is nog steeds dezelfde die verkiest zich te openbaren doorheen onze zuster in Christus, Fabienne GUERRERO, ooit in het kwaad en in alle soorten gruwelijkheden gestort, om haar zijn Barmhartigheid te openbaren en haar uit te sturen om overal de bekering van de zondaars te verkondigen en de toevlucht tot zijn Goddelijke Barmhartigheid. “Eer, lof en glorie aan het Lam van God!” (Openb. 5:13).

Na haar persoonlijke ontmoeting met Jezus in nederigheid, gebed en vasten, heeft Fabienne aanvaard in het licht en de waarheid te leven, waarheid die haar voortaan vrijmaakt en haar toelaat een zeer opbouwend getuigenis te geven. Ik stel voor dat u de mooie bladzijden van deze geschiedenis ontdekt, ze zullen u helpen u te vermannen en het onderwijs van Christus dat in de Bijbel en in de geschriften van de Kerk vervat is met meer ernst op te nemen. Bekering is iets van nu en niet van de toekomst: “Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding“ (2Kor. 6:2). Wij kennen de dag noch het uur... Lees de Heilige Schrift en dat Gods Zegen u alle dagen van uw leven mag vergezellen, Amen!

E.H. Hervé  Gilles – Bisschoppelijk Directeur van het spiritueel Centrum en Bisschoppelijk Directeur van de Massamedia – Spiritueel Directeur van Fabienne

21
Voor een christen is de bekering de ontdekking van een licht: God is niet een ver verwijderd wezen, maar Vader, Zoon en Heilige Geest. God de Vader schept een wereld die overstroomt van goedheid en licht, maar de mensen schaden de schepping door hoogmoedig gebruik te maken van hun vrijheid en dompelen haar in de duisternis van een leven zonder God. Alhoewel het de mens is die zondig is, wordt de Zoon van God zelf mens om dat te herstellen en het offer van het Nieuwe Verbond te brengen, waardoor Hij zijn Bloed stort op het Kruis opdat de mensen de vergiffenis van God zouden ontvangen.

De Heilige Geest deelt ons vandaag de vruchten van de verlossing door de Kerk en haar sacramenten, die van ons kinderen van het licht maken. Elke bekeerde persoon straalt dat licht uit dat God hem heeft laten weervinden. Laat ons weten te profiteren van hun getuigenis.

E.H. Pierre François – Doctor in de Theologie

Het leven van Fabienne wordt in dit werk uitgediept, zonder opsmuk noch versieringen. Meer nog dan een autobiografisch relaas is het vooral een gebed. Ik heb daarbij gedacht aan Psalm 130 (129) die ik vanmorgen tijdens de mis heb voorgelezen en die begint met de woorden “uit het diepste”. Fabienne had die zeker in gedachten toen ze schreef: “Uit het diepste roep ik tot U, Heer. Heer, luister naar mijn bede. Laat uw oor aandacht hebben voor het roepen van mijn gebed.”

Fabienne is doorheen alle stadia van de neergang gegaan, van de regen in de drup (seks, drugs, ongeloof, magie...) maar, zoals elke atlete wou ook zij de eindmeet passeren. Maar plots, in dat leven dat tegen honderd per uur voort raasde, kreeg ze een peesverrekking en is ze gevallen... Ze is begonnen te wenen toen ze zag hoe de overwinning haar ontglipte. Hoeveel inspanningen waren er niet opgeslokt door die competitie! Artsen zijn haar ter hulp gesneld, ze heeft hun hulp geweigerd. Ze is weer opgestaan en is verdergegaan al mankend. Het was haar aan te zien dat het haar moeite kostte.
En dan, plots, heeft God de Vader de hele gang van zaken omgegooid en heeft alle beveiligingshindernissen overwonnen om zijn dochter te hulp te komen. Hij heeft haar in zijn armen gehouden en heeft haar toegefluisterd: “Ik ben je Vader... je hebt niets meer te vrezen. Hou op jezelf te martelen... Het is niet nodig dat je doet wat je doet...” Ze heeft geantwoord: “Ik moet het doen”.

22
Deze tocht is de geschiedenis van dit boek. Fabienne wou hem te allen prijze uitlopen. En ik denk dat ze die heldhaftige wedloop wou beëindigen en dat ze de eindmeet heeft bereikt. De toeschouwers in het stadion zijn allen gaan staan om haar toe te juichen.

Dankjewel, Fabienne, dankjewel voor die heldhaftige daad. Dat had je niet moeten doen. Maar je hebt aan ons gedacht, arme zondaars die op dit ogenblik over jou lezen en die dit boek nodig hebben, als een reddingsboei.

Pater Patrice Jean – Doctor in de Filosofie

“Als u zich tot Hem bekeert, van ganser harte, en met volle overgave en in oprechtheid voor Hem handelt, dan zal Hij zich naar u keren en zijn gelaat niet voor u verbergen.” (Tobit 13:6)
Dit woord van Tobit is vleesgeworden in de persoon van Fabienne Guerrero, de auteur van dit boek waarvan u de bijzondere genade hebt het vandaag te lezen. Het is van onmeetbare rijkdom en van onschatbare diepte. Als we Christus willen vergezellen in zijn Passie, laten we dan kijken wat God voor ons gedaan heeft, laten we zijn wegen bewandelen. Allen zo zal God onze vijanden vernederen, zal Hij zijn hand keren tegen onze verdrukkers, ons voeden met het beste van de tarwe en ons bevredigen met de honing uit de rotsen. Verdwaald in het labyrint van de zonde, van verderfelijke en duivelse sekten, bevrijdt onze Heer ons door het bloed van zijn Zoon Jezus Christus.

Dat is precies en in eenvoudige woorden wat de auteur van dit werk met ons deelt. Laat ons Jahweh zoeken zozeer Hij zich laat vinden, laten wij Hem aanroepen, zo nabij als Hij is. Laat de boze het opgeven en de misdadige mens zijn gedachten. Laten wij ons bekeren tot Jahweh die medelijden met ons zal hebben.

E.H. Gabriel Alain – Bisschoppelijk Aalmoezenier van de Goddelijke Barmhartigheid

23
“God heeft mij de verlichting van mijn geweten laten beleven”
(Getuigenis dat gegeven werd in Europa, in Amerika, in Afrika en in Azië)
De vrede van Jezus zij met jullie!

Beminde broeders en zusters, ik kom vandaag getuigen dat Christus mij heeft laten opstaan uit mijn geestelijke dood.
Enkele dagen na mijn geboorte hebben mijn ouders hebben mij laten dopen. Ik heb alle catechismuslessen gevolgd en mijn eerste communie gedaan.
Mama, een godsvruchtige vrouw had mij geleerd elke avond het “Onze Vader” en het “Weesgegroet” te bidden.
Desalniettemin heb ik na mijn communie de Katholieke Kerk niet meer bezocht, tot in 1996, toen Jezus mij is komen redden. Ik was toen tweeëndertig.

Ik zal jullie vertellen over het leven – ver van Jezus - dat ik gedurende al die jaren heb geleid.
Vanaf mijn vijftiende heeft het leven mij heen en weer gegooid. Ik ben begonnen te roken, gore bars te bezoeken, kaarten te leggen, numerologie te beoefenen en astrologen aan te schrijven. Op die leeftijd kende ik Gods Woord “Het mag bij u niet voorkomen dat iemand zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, zich inlaat met waarzeggerij, met geestenbezwering, voorspellingen of toverij, zich met bezweringen inlaat, geesten en orakels ondervraagt of de doden oproept. Want van iedereen die dergelijke dingen doet heeft de HEERuw God een afschuw …/... U moet de HEER uw God onvoorwaardelijk trouw zijn.“ (Dt.18;10-13).

Vanaf de tijd dat ik klaar was met schoolgaan heb ik alle weekends in discotheken doorgebracht met hasjiesj te roken, alcohol te drinken, gekleed in minirokjes en hoererend zonder schuldgevoel met de mannen die ik ontmoette. Ik was op zoek naar de Liefde met grote L. Satan hield mij vast met zijn helse banden, maar ik vond het nodig dat men zich veel met mij bezighield en ik wilde sterven zonder liefde. Ik had zelfmoordneigingen en was vernielzuchtig nadat ik in mijn jeugd veel kwaadaardigheid had ondergaan en Satan, in al zijn wreedheid, infecteerde mijn pijnlijke wonden.

In de loop van een avond in een nachtclub heb ik toen een jongen ontmoet. Na enkele maanden hebben wij besloten samen te gaan wonen. Ik wist niet dat door een seksuele relatie buiten het Sacrament van het huwelijk mijn ziel zich verenigde met onreine geesten. Na vijf jaar heb ik hem verlaten en ben verhuisd naar een andere stad waar ik een astrologe ontmoette en een vrouwelijke rozenkruiser van de A.M.O.R.C.-orde. De astrologe stelde voor mijn horoscoop te trekken en dat heb ik aanvaard. Ze legde me uit dat het erom ging mijn horoscoop te bestuderen op basis van mijn vorige levens en daarbij mijn karma te bestuderen.

Enige tijd later ben ik naar een spiritistisch centrum gegaan om het onderricht van een goeroe bij te wonen. Daar heb ik een boek “Het evangelie volgens het spiritisme” van Allan Kardec gevonden en bestudeerd. Op een dag stelde die goeroe me voor aan enkelen die wensten deel te nemen aan spiritistische seances op woensdagavond. In mijn onwetendheid heb ik toegezegd. Bij die seances heb ik mediums ontmoet die in trance gingen en beweerden boodschappen te ontvangen van de H. Pastoor van Ars, van de H. Pater Pio, van de H. Theresia van het Kind Jezus, of nog, van de Heilige Moeder Gods, zelfs van de Heer Jezus-Christus en van buitenaardse wezens! Als ik in die tijd geweten had dat het gevallen geesten waren die die boodschappen bezorgden, dan zou ik onmiddellijk dat spiritistisch centrum verlaten hebben.

25
Op een woensdagavond stelde de goeroe voor aan hen die dat wensten, een grote schoonmaak van hun ziel te houden. Vanbinnen leed ik veel maar op dat ogenblik wist ik niet dat het de opgestapelde zonden waren die me beklemden. Ik dacht toen dat het innerlijke lijden te wijten was aan het karma dat ik in mijn zogenaamde vorige levens had opgestapeld, omdat ik in de reïncarnatie geloofde. Ik was mij er nog niet van bewust dat de dood het einde is van mijn aardse pelgrimstocht, van de tijd van genade en erbarmen die God mij toestaat om mijn aardse leven te volbrengen volgens het Goddelijke plan en om mijn uiteindelijke lot te bezegelen. Ik wist nog niet dat, eens mijn aardse leven ten einde, ik niet meer zou weerkeren in andere aardse levens.  Later heb ik ontdekt dat de mens slechts een keer sterft (He. 9:27) en dat, naar het onderricht van de Katholieke Kerk, er na de dood geen reïncarnatie komt.

Omdat ik geloofde dat de goeroe de macht had om me te bevrijden van mijn vorige levens, heb ik zijn voorstel aangenomen en ben naast hem gaan zitten. Hij handelde in dienst van de duivel en, door te aanvaarden dat ik me overgaf aan zijn macht, heb ik de duivel toegestaan me te bezitten. De kwade geesten waren in mijn binnengedrongen door mijn foute keuzes, kaartleggerij, wichelroede, astrologie, horoscoop, handlijnen, inleiding tot de yoga, reiki, verering van Boeddha, esoterische meditatie, het openen van de chakra's, chi kong enz... De goeroe heeft mij de hand opgelegd met de krachten die hij van de duivel verkregen had over twee van mijn chakra's!

De chakra van het hart en de chakra van het derde oog! Dan zegt hij dat hij mij het licht had overgedragen. Maar ongelukkiglijk betrof het het “licht” van Gods vijand. Vervolgens ben ik naar huis weergekeerd en begon ik mij slecht te voelen.

Tijdens de volgende spiritistische seance heb ik een erg moeilijke ervaring meegemaakt. De 'kundalini' is opgestaan. De 'kundalini' is een krachtige energie die zetelt in het heiligbeen, onderaan de rug. Wanneer ze ontwaakt stijgt ze op langs de ruggengraat en werkt van centrum naar centrum tot aan de corona-chakra die zich aan de bovenkant van het hoofd bevindt.

26
Tijdens die ervaring had ik de indruk dat ik naar de hemel zou gevoerd worden, zo krachtig was die energie. Wat ik op dat ogenblik niet begrepen had, is dat ik, door de yoga-praktijk en door de elevatie van de 'kundalini' de macht van Satan had toegestaan in mij binnen te komen om mij van binnenuit te beheersen. Ik wist niet dat de yoga-praktijk de deur van mijn ziel kon openen voor kwade geestelijke wezens. Yoga is niet zomaar een praktijk. Hij behoort aan een werkelijke religie waarvan hij moeilijk te scheiden is. Hij laat me godheden aanbidden en heeft een geestelijke functie. Van een priester die onderlegd was in die zaken dat yoga een hindoe-praktijk is die het tijdelijke ik (Shiva) verenigt met het eeuwige (Brahma), de hindoe-voorstelling van god. Die god wordt voorgesteld als een onpersoonlijke geestelijke substantie. Hij is niet Jezus Christus, de persoonlijke God van de Openbaring. Door vreemde godheden op te roepen die niet bestaan, riskeer ik in feite in contact te komen met demonen en mij daaraan te onderwerpen. Ik heb me dan gerealiseerd dat ik, door yoga te beoefenen, een ander god aanbad dan de Heilige Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest en dat ik dientengevolge Gods eerste gebod overtrad: “Vereer naast Mij geen andere goden.” (Dt 5:7). Omdat ik me steeds slechter voelde heb ik dan maar besloten die technieken op te geven. Wegens de opening van de chakra's bevond ik mij gedurende vele lange maanden tussen leven en dood en als ik vandaag nog leef, moet ik Jezus daarvoor danken.

Omdat mijn dorst naar kennis niet gelest was, heb ik me dan aangesloten bij de Orde van Rozenkruisers A.M.O.R.C. En algauw kreeg ik korte teksten om te bestuderen. Ik ben gestopt bij de zevende graad van de tempel. Ik heb me ook aangesloten bij een loge van rozenkruisers waar ik meerdere initiaties heb meegemaakt en het is pas later, toen Jezus me had bevrijd, dat ik gezien heb hoe Satan me bij elke initiatie had bezeten. Ik hoorde: “Het is Satan die de initiaties geeft”. Ik heb meteen begrepen dat de initiaties plaatsvonden in opdracht van de meester van de hel, Lucifer. Bij elke initiatie, behoorde ik hem wat meer toe en stortte ik mij dieper in het verderf. Dan heb ik een visioen gekregen van mijn ziel die opgesloten was in een gevangenis. Ik zat achter tralies. Die tuchtiging had te maken met mijn grenzeloze hoogmoed. Zozeer wilde ik een belangrijk iemand zijn in die esoterische orde, dat ik uiteindelijk een gevangene was. Ik heb gezien hoe mijn ziel opgesloten was achter tralies.

27
Die tuchtiging was het gevolg van mijn trots die me veroordeeld had. Satan werd veroordeeld wegens zijn mateloze hoogmoed en ik ben mij er toen bewust van geworden dat hij me veroordeeld had in zijn grote haat en in zijn kwade verlangen zielen te verspillen. Dan heb ik in mijn hart al die kokende hoogmoed gevoeld. Mijn hart was inderdaad verenigd met dat van de duivel! Wat een lijden was het dat te ontdekken. Gedurende al die jaren die ik in de esoterie had doorgebracht, had ik me niet gerealiseerd dat hoogmoed een hoofdzonde is en dat men door de hoogmoed geestelijk sterft. In Genesis, hoofdstuk 3, heeft God aan Eva bevolen de vruchten van de boom in het midden van de tuin niet te eten:  “God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven” (Gn 3:3). Beste broers en zusters, alhoewel de Kerk ons in de catechismus aanbeveelt ons ver te houden van hoogmoed, was ik ongehoorzaam geweest door naar de stem van het serpent te luisteren “Jullie zullen helemaal niet sterven” (Gn 3:4). Mijn hoogmoed had de val van mijn ziel in het verderf met zich meegebracht. In die orde had ik verschillende disciplines gestudeerd: het psychisch lichaam van de mens, de astrale reis, de menselijke aura, de chakra's, de stemklanken, de mantra's... Door middel van die studies heb ik geprobeerd de god die 'de kosmische' genoemd wordt te kennen en te begrijpen. Maar ik heb niets begrepen van die valse god en van die energieën. Kun je je inbeelden welke liefdesrelatie ik met die god had? Geen enkele. Geen enkele brandende liefde van hart tot hart zoals ik nu beleef met Jezus van Liefde in de Eucharistie.

Ik heb dan ook bittere spijt gehad dat ik me had laten gaan in dergelijke studies. Later heb ik ook diep spijt gehad dat ik de Heilige Schrift had laten vallen. Als ik op dat ogenblik in mijn leven geweten had dat die zoektocht God mishaagde, ik was er dadelijk mee gestopt. Gezien ik de Bijbel niet las, kende ik ook de parabels niet die de Heer Jezus ons gaf om ons toe te staan eens het paradijs binnen te gaan: “Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: 'Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe' (Mt 25: 34-36)”.

28
In mijn zoektocht doorheen de New Age, die niet van God komt, heb ik magnetisme beoefend, telepathie, wichelroede, allerlei magie, hypnose, New Age-ademhalingen, lezing van de aura; alle vormen van genezing door de energieën, door kristallen, muziek en kleuren; meditaties op New Age-muziek, de reiki, waartegen de bisschoppen van de Verenigde Staten ons waarschuwen. En dan heb ik ondervonden dat Satan, met zijn macht, zijn energie in mijn lichaam had gedeponeerd en dan ben ik begonnen te beven.

Later heb ik de christelijke beschouwing over de New Age “Jezus Christus, de drager van het levende water” (door de Pauselijke Raad voor interreligieuze dialoog, 2003) bestudeerd.
Die geschriften hebben mij aangetoond dat mijn studies rampzalig waren voor mijn ziel. In de Rozenkruisersorde A.M.O.R.C. heb ik een man ontmoet die alleen was omdat zijn vrouw hem verlaten had voor een vriend van hem. Enkele maanden later hebben we besloten om burgerlijk te huwen. Wij konden niet huwen in de Katholieke Kerk omdat hij het sacrament van het huwelijk al eens ontvangen had. En toen is er mij een grote genade overkomen. Bij het bekijken van een poster van het H. Hart van Jezus hoorde ik zijn stem die me zei: “Mijn heilige wonden zullen je redden!” De wonden van zijn smartelijk Lijden.

Weinig later, ter gelegenheid van een bedevaart naar Medjugorje, heb ik aanvaard opnieuw toe te treden tot de Katholieke Kerk. Onderweg daarheen heb ik binnenin mij een grote strijd gevoeld tussen de hemel en de hel, tussen de Allerheiligste Maagd Maria en Satan. Toen ik mijn voet op de grond van Medjugorje zette, hoorde ik de duivel zeggen tot de H. Maagd Maria: “Maria, je hebt gewonnen”. Daarmee wou hij zeggen dat de Allerheiligste Maagd Maria erin geslaagd was mij naar die gezegende plaats toe te trekken.

Dat was reeds een eerste overwinning voor de H. Maagd die vurig het heil van elke ziel verlangt. Bij het binnenkomen van de grote kerk in Medjugorje zei de demon nog: “Tegen de liefde ben ik niet opgewassen”. Het maakt hem echt ellendig. De liefde overwint hem altijd. De liefde van de Moeder Gods is zo groot. Ik heb ontdekt dat ze van mij evenveel hield als van haar goddelijke Zoon. Ik ben neergeknield voor het uitgestalde H. Sacrament, voor de werkelijke tegenwoordigheid van de levende Jezus, lichaam, bloed, ziel en godheid!

29
Na de aanbidding heb ik me bij de groep gevoegd waarmee ik die bedevaart deed. We hadden besloten de kruisweg te lopen. Daarna zijn we allen naar het gezin gegaan dat ons opving.

Dan heeft de H. Maagd Maria me gesproken over de rozenkruisers. Ze zei me: “Het is een sekte”. Ik was me daarvan niet bewust.

Toen ik terug was in Frankrijk, heeft God me een eerste bovennatuurlijke ervaring geschonken, waarbij Hij me gevraagd heeft boete te doen! Hij heeft mij getoond hoe mijn ziel opgesloten zat in het Beest dat de kop van een leeuw had, zoals het beschreven staat in de Apocalyps. (“Het beest dat ik zag, leek op een luipaard, zijn poten waren als die van een beer en zijn muil was als een leeuwenmuil. De draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.” Ap 13:2).

Ik heb demonen gezien die me omringden en die klaar waren om mij mee te nemen naar het oord van duisternis. Die demonen waren verbonden met elk van mijn zonden. Ik heb mijn zonde van overspel gezien in het gezicht van een demon. Hij geleek op een menselijk wezen maar hij had ogen vol haat. Het was een gevallen geest.

Toen ik begonnen ben mijn ziel nader te bekijken, heb ik mezelf gezien als een hyena en ik ben afgedaald naar de bodem van de afgrond, in de vuurkrater, godslasterend en met een haat voor God zoals de veroordeelden die leven als in een mierenhoop. In dat oord werd ik bedekt met bloedzuigers wegens mijn zonde met de goeroe. Larven beten zich in mij vast. Het was verschrikkelijk. Ik heb werkelijk groot lijden beleefd in mijn ziel. Dat is het wat alle veroordeelden beleven voor de hele eeuwigheid. Ze lijden voor elke zonde die ze bedreven hebben. De toestand van mijn ziel was het gevolg van mijn ongehoorzaamheid aan Gods Wet en in zijn razernij heeft Satan gezegd: “Ik heb je veroordeelt tot de straffen van de hel”. Als Jezus me niet het vertrouwen in mijn eeuwige heil had gegeven, dan was ik tot wanhoop vervallen. Het feit dat Hij me bevestigd had dat zijn heilige wonden me zouden redden volstond om mij veel hoop te geven. Jezus is werkelijk slechts liefde en barmhartigheid. Hij heeft zeer veel betaald om mijn ziel te redden.

30
Ik wist niet dat Satan brandt in de hel en dat hij wou dat iedereen met hem zou branden (“De duivel, die hen misleid had, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waarin ook het beest is en de valse profeet. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden, tot in alle eeuwigheid.“ (Ap 20:10). De H. Maagd Maria heeft me gezegd: “De haat van Satan zit in jou.” Verscheidene keren heb ik zij grote haat voor alles dat door God geschapen is kunnen voelen.

Ik heb gezien hoe Satan en de gevallen engelen het hart en het verstand van de zielen aanvielen om ze te vernietigen. Het vreselijkste is dat ik mijn ziel hoorde zeggen: “Satan, ik hou van jou!” Dat was werkelijk afschuwelijk! Ik was een demon in ontbinding! De dag dat Jezus me gezegd had: “Je aanbidt Satan”, geloofde ik Hem niet.

Nu stond ik voor een voldongen feit. Mijn ziel aanbad het kwaad. Ik was een wereldse vrouw, verleidster, het hof gemaakt en heerszuchtig. Ik zei dat ik een vrije vrouw was, maar eigenlijk was ik aan Lucifer vastgeketend. Ik heb de zwarte kettingen gezien waarmee de demon mij had gebonden. Het waren heel dikke zwarte kettingen. Ik heb ook de demon gezien met een vork. Hij was helemaal zwart en zag er heel hard uit. De kettingen die ik zag vertegenwoordigden alle zonden die ik bedreven had en die me aan verscheidene demonen uit de duivelse hiërarchie hadden gebonden. Alleen Jezus kon die ketens verbreken met zijn Kostbaar Bloed. Als ik me niet aan Jezus toevertrouwd had dan was ik voor de eeuwigheid gebonden gebleven en had ik moeten lijden in die poelen van marteling om te boeten voor mijn zonden. Daarom is het dat ik een miljoen keren Jezus dank voor zijn Smartelijk Lijden dat me van de eeuwige hel heeft gered. Tot de eeuwigheid zal ik de lof zingen voor de genade van de grote Barmhartigheid van God.

Mijn rebellie was begonnen met het beluisteren van rockmuziek, de Beatles, ACDC en de geest van die kwade muziek was in mij binnengedrongen... en overal zei ik: “Peace and love”, wat betekent; “Vrede en liefde”. Ik gebruikte die woorden bij sommige van mij hippie-vrienden. Mijn innerlijke rebellie bracht mij ertoe voorstander te zijn van homoseksualiteit, echtscheiding, concubinaat, abortus. Op dat ogenblik was ik mij er niet van bewust dat ik een grote vervolgster was van de wet van Christus, maar, weet je, ik was gebonden door het verderf en ik kon niet anders reageren.

31
 Dat is het licht van Satan, dat niets anders is dan de duisternis die in mij woonde. God sprak tot mij: “Jij bent een grote rebel”. Ik heb moeten toegeven dat het waar was! Als mijn moeder niet zoveel gebeden had en zich niet voor mijn ziel had opgeofferd, dan was ik op dit ogenblik nog steeds verblind door het licht van Lucifer. Vasten en gebed zijn een grote hulp geweest voor mijn bevrijding. Jezus heeft mij uitgelegd dat, als ik bad, Hij met mij, in mij bad voor mijn bevrijding.

Daarna heb ik Gods vijand horen spreken tot de H. Maagd voor wie hij een verschrikkelijke vrees koestert. Over de zielen sprekend zei hij: “Ik heb ze allen in mijn macht, ik zal ze allen hebben” en ik heb ook gehoord dat hij veel priesters in zijn macht heeft (omdat ze geen boete meer doen en niet meer bidden). Als de demon erin slaagt een priester te verdoemen met behulp van een vrouw, dan juicht hij omdat de priester dan zijn plicht niet meer doet: het redden van zielen. Ongeluk aan die vrouwen die de priesters van hun roeping afbrengen! Ze bevinden zich reeds onder Gods rechtspraak en de kwellingen van de hel wachten hen als ze zich niet bekeren. Als jullie wisten hoeveel tranen de H. Maagd plengt als ze ziet hoe het Beest meer en meer zielen opslokt. Dan stort ze veel bloedige tranen en wij zijn er allen schuld aan dat ze zo moet lijden.

Satan sleurt de zielen mee op de weg van het verderf door hen de liefde voor de wereld, het geld, het vlees en de new age in te geven.

Persoonlijk was ik veroordeeld om door hem verkracht te worden in de hel, indien ik geen berouw had gehad over mijn vleselijke zonden die ik bedreef toen ik masturbeerde in mijn jeugd, in concubinaat leefde en ook nog toen ik huwde met een gescheiden man. Ik zal jullie daar straks nog over spreken.

God is zeer welwillend geweest voor mij, Hij heeft gezegd: “Ik heb je met mijn handen geschapen.” “Laat Mij niet meer lijden met je vlees”. “Geef het goede voorbeeld”. Dat betekende dat ik in zuiverheid moest leven en ervan getuigen.

Toen Hij gekomen is om me te bevrijden heb ik Hem in een innerlijk visioen gezien en Hij heeft mij gezegd: “Mijn naam is Yeshoua! Wil je ervan loskomen?” God laat de ziel steeds vrij. En ik heb geantwoord: “Ja, ik wil ervan loskomen.” Ik had die naam van mijn leven niet gehoord. Ik heb de betekenis ervan gezocht en heb ontdekt dat Yeshoua de Hebreeuwse naam is van Jezus. Vervolgens heeft Hij me enkele visioenen gegeven over zijn openbaar leven.

32
Ik heb gezien hoe Hij met drie van zijn apostelen liep. Ze droegen allen licht-kastanjekleurige kleding. Hij heeft zich ook aan mij getoond toen Hij alleen was en bad, teruggetrokken in de bergen, wat mij de gelegenheid gaf zijn gelaat duidelijk te zien. Hij was heel knap. Ik heb ook gezien hoe Hij het kruis droeg op zijn schouder. Tenslotte heb ik Hem gezien, dood aan het kruis, met zijn hart geopend, waaruit bloed en water vloeide. Dan heb ik zijn enorme liefde voor de zielen begrepen, toen Hij aan het kruis zegde: “Ik heb dorst”.

Op dat specifiek ogenblik in mijn leven wist ik niet dat God seksuele relaties buiten het kerkelijk huwelijk verbood. In de Tien Geboden zegt ons het Woord Gods: “De daad van het vlees zal slechts binnen het huwelijk gebeuren”.
God heeft me zelfs gezegd dat het verboden was aan het vlees te denken vooraleer in de kerk te huwen en dat het eveneens verboden is zich voort te planten voordat men het sacrament van het huwelijk heeft ontvangen. Hij heeft het mij duidelijk gemaakt in zijn Woord: “want Ik, de HEER uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in de derde en vierde generatie van degenen die Mij verwerpen.[10] Maar Ik bewijs goedheid tot in de duizendste generatie van degenen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.” (Dt 5:9,10)

Op dat  ogenblik heb ik begrepen dat, indien ik zwanger geworden was zonder gehuwd te zijn, de ziel van mijn kind de last van mijn ongehoorzaamheid aan Gods Wet zou moeten dragen. Ik heb ook begrepen dat, indien een kind uit mij geboren zou zijn, het nodig zou zijn dat ik herstelmissen zou laten opdragen voor zijn ziel want het zou geboren zijn zonder de goddelijke genade van het sacrament van het huwelijk. Ik heb veel vrienden die kinderen hebben gekregen buiten het huwelijk en God heeft mij verzocht heb de plicht uit te leggen naar een priester toe te gaan om het sacrament te vragen.

Als ze zich nederig onderwerpen uit liefde voor Jezus, die zoveel geleden heeft voor hun heil, zou hij hun afstammeling bevrijden van elke vloek. God verbreekt de negatieve banden slechts als de ziel oprecht spijt heeft dat ze Hem beledigd heeft en de daden van boetedoening volbrengt. God staat ook toe dat ik inwendig de demon hoor en zijn kwade bedoelingen ken, zodat ik hem kan verraden aan mijn broeders en zusters voor het welzijn van hun ziel. De demon heeft mij gezegd dat hij het is die het seksueel genot geeft. Hij heeft verscheidene keren geprobeerd me te verkrachten of me plezier te verschaffen door zeer sterke inwendig verleidingen,

33
Maar hij slaagt er niet in omdat ik aan de Heilige Maagd gevraagd heb mijn ziel te bewaren voor dat genoegen en het is dankzij het schapulier van de Berg Karmel dat de Heilige Maagd mij beschermt. Ik hoor de demon dikwijls zeggen: Als ik het kon, zou ik haar verkrachten”. En te zeggen dat het dat was dat me wachtte voor de hele eeuwigheid als Gods Barmhartigheid niet gekomen was om mijn ziel te herstellen door het kostbare Bloed van Christus. Ik heb een gelofte van kuisheid afgelegd en het is nu zo dat ik al talrijke jaren in zuiverheid leef. De verkrachting door de demon of de demonen is een van de kastijdingen voor alle zielen die geen spijt hebben van het bedrijven van de zonde van het vlees: homoseksualiteit, buitenechtelijke samenleving, scheiding en burgerlijk hertrouwen. Masturbatie wordt gestraft als er geen berouw is.

Persoonlijk had ik moeten boeten gedurende de hele eeuwigheid als ik geen berouw had gehad voor mijn spotternijen. Ik was zeer hoogmoedig, spotziek en ijdel. De Heilige Maagd heeft ook gevraagd boete te doen voor de lach want ik lachte om de woorden die God beledigen. Als je de haat kende die Satan koestert voor elk van ons, voor God en voor de priesters, dat is verschrikkelijk. God heeft me gezegd: “Eer mijn priesters”. De priesters zijn Jezus' oogappels. Zonder de priesters zou niemand toegang krijgen tot de hemel want het zijn enkel zij die ons de sacramenten geven, die het Leven van Christus voor ons openen en ons zijn vergiffenis geven.

Na die ogenblikken van innerlijk lijden, heeft Jezus me uit de afgrond getild door me opnieuw in Zich op te nemen en ik heb gevoeld hoe zijn kracht me uit die toestand van duisternis haalde waarin ik zo totaal beangstigd was. Hij is machtiger dan alle demonen samen.

Dan hebben Jezus en Maria tot mij gesproken. De Heilige Maagd heeft me gezegd:
“Je hebt mijn Onbevlekt Hart beledigd.”
“Mijn Zoon is gestorven omwille van je zonden.”
“Je houdt niet genoeg van het Kruis.”
“Als je bang bent, kom dan in mijn armen.”
“Wees trouw aan mijn Zoon.”

34
“Vecht tegen het spiritisme.”
“Je leven behoort mij toe.” Op dat ogenblik heb ik begrepen dat de Allerheiligste Maagd Maria wilde dat ik mijn hele leven aan Haar zou toewijden en dat ik Haar zou dienen. Om Haar goed te kunnen dienen heeft Ze me gevraagd zeer eenvoudig te zijn, mezelf te negeren en in alles matig te zijn. De Heilige Maagd houdt van nederigheid. Ze heeft me ook laten weten dat Ze steeds mijn voorspreekster zou zijn bij God. Als je tot Haar bidt en Haar dient is de Maagd Maria steeds erkentelijk.

Jezus, heeft mij, in zijn grote goedheid, getroost omdat ik een zo sterke geestelijk ervaring had moeten beleven. Met grote vriendelijkheid heeft Hij me gezegd: “Jij bent mijn grote schoonheid”. Ik heb begrepen dat het over mijn ziel ging. Ik was verbaasd toen Hij me zegde: “Je hebt er behoefte aan dat men zich veel met jou bezighoudt”. Op dat ogenblik heb ik begrepen in hoeverre God een echte Vader is die, in alles, dag en nacht over mij waakt.

Vervolgens heeft Hij me gezegd: “Begin met oprecht te beminnen”. De Heilige Geest heeft me getoond dat ik van mijn hele leven nooit had bemind en de Heilige Maagd heeft me gezegd: “Je houdt er niet van te delen”. Dan ben ik begonnen bij mij thuis armen te ontvangen, ik heb praktisch al mijn kleding weggegeven en ik besteedde mijn hele salaris aan het helpen van behoeftigen. Ik wilde niets meer voor mezelf houden.

Jezus heeft eraan toegevoegd: “Wees niet bang om alles weg te geven”. Ik dacht dat ik me van alles moest ontdoen. Niettemin zegde de Heilige Maagd mij: “Je moet niet echt van alles afstand doen”. Ik heb dan gehouden wat strikt noodzakelijk is om te leven. Ik heb begrepen dat, als ik door Christus niet als een “lauwe” wilde beschouwd worden, ik moest geven van wat ik nodig had en niet van mijn overvloed.

Vervolgens heb ik de volgende woorden gehoord: “Je bent mijn hele vreugde”. “Je bent van Mij.” “Denk slechts aan Mij.” “Denk er slechts aan Mij te beminnen.” “Ik zal je genezen.” “Jij baadt in mijn Bloed.” “Geef Mij veel liefde.” “Zondig niet meer.” “Verkoop je ziel niet meer aan de duivel.” “Verraad mij niet meer.” “Maak gee grappen meer om Mij.” (Ik had de gewoonte om God te schertsen.) “Ik hou ervan dat men Mij vreest.” (Het gaat hier niet om bang te zijn maar op de hoede te zijn voor beledigingen omdat God heilig is. Als je Hem beledigt moet je zijn gerechtigheid, die zijn gestrengheid is, het hoofd bieden),

35
 “Ik ben je enige meester” “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” “Verwijder je niet van Mij.” “Ontvlucht de wereld.” “Ontvlucht de mensen.” “Spot niet met de zondaars” “Hou van hen allen.” “Verloochen jezelf.” “Doe van alles afstand.”
Luister naar mijn Woord, hou je aan mijn geboden, hou je aan mijn sabbat.” (Dat betekent de dag des Heren). “Ik ben de Zoon van God” “Ik wil dat je nader tot Mij komt.” “Je bent Me zeer dierbaar.” Ik begreep dat God wilde dat ik intiem met Hem was, met respect voor zijn grote heiligheid. Hij eindigde met te zeggen: “Je kan je zelfs niet inbeelden hoezeer Ik je bemin.” “Lees de Bijbel.”
De Bijbel – die las ik nooit. Gods Geboden – ik wist dat er tien waren maar meer dan dat wist ik niet. Dus heb ik een Bijbel gekocht, die van Jeruzalem en ik heb kennis genomen van Gods Wet.
Later pas, toen ik de catechismus van de Katholieke Kerk heb geraadpleegd, heb ik ontdekt dat ik sedert mijn vijftiende in staat van doodzonde leefde.(1)

Toen heeft Jezus mij een opdracht gegeven: “Verdedig mijn Wet.” Dat is het wat ik sedert 1996 doe, wat me nogal wat vervolging heeft opgeleverd. Vervolgens heeft Jezus eraan toegevoegd: “Laat Mij beslissen over je eeuwige heil.” Dan heb ik Jezus gezegd: “Ik begrijp, Heer, wat U me wilt zeggen. Ik ik op mezelf betrouw op geestelijk vlak, dan steven ik recht op een catastrofe af, maar als uzelf me leidt door mijn geestelijke vader, dan zal ik op een dag de hemel zien.

Ik heb dus aanvaard dat God zelf beslist over het lot dat Hij voor mij had gekozen. Ik heb Hem oprecht mijn vrije wil gegeven omdat God alwetend is en zich niet kan vergissen. Ik heb mezelf overgeleverd maar dat heeft jaren gekost.
Dan heeft Jezus me gezegd: “Wees in alles onderworpen.” Dan heb ik me onderworpen aan de goddelijk Wil en aan mijn geestelijke vader die me vraagt, net als de Heer Jezus, de wereld rond te reizen om te getuigen van Gods grote Barmhartigheid.

Gedurende enkele jaren is het zeer moeilijk geweest Jezus te volgen en pas na talrijke jaren van intense geestelijke strijd heeft Hij me gezegd: “Je bent klaar om me te volgen”. Ik ben zodanig vervolgd geweest dat ik me op sommige ogenblikken afvroeg of ik zou kunnen volhouden. Jezus heeft me dan geleerd hoe ik me aan zijn Wil moest overleveren.

36
Hij heeft me dan de genaden gegeven om Hem te volgen en ook zijn eigen deugden, zonder welke ik geen vooruitgang meer kon boeken. Wat mij veel heeft geholpen is de meditatie over het Lijden van Christus. Tijdens mijn reizen rond de wereld overdenk ik het Lijden van Christus tijdens de Kruisweg en ik bedenk dan dat, als Jezus heeft volgehouden tot het eind van de Kruisweg, ik hetzelfde moet doen tot zijn Glorie.

Op dat ogenblik in mijn leven kende ik het tweede gebod niet: “Je zal de Naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken” (Ex 20:7).

Spijtig genoeg heb ik dikwijls Gods Naam ijdel gebruikt, alhoewel die Naam en later heb ik mijn fout tegenover een priester beleden.

Ik kende ook het derde gebod niet omdat ik 's zondags niet meer naar de mis ging. Ook op de verplichte feestdagen ging ik niet (Kerstmis, Hemelvaart, de Tenhemelopneming en Allerheiligen.) Gedurende talrijke jaren had ik 's zondags gewerkt, alhoewel dat een dag van complete rust is. “Wees je bewust van de sabbat, zodat je hem kunt heiligen. Gedurende zes dagen zal je werken en al je taken uitvoeren, maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer uw God. Dan zal je geen enkel werk uitvoeren.” (Ex 20:8-10).

Toen ik kennis genomen heb van het vijfde gebod werd ik met schaamte bedekt: “Je zult niet doden”. (Ex 20:13). Ik ben me ere toen bewust van geworden dat ik mezelf doodde door dagelijks twee pakjes sigaretten te roken en soft drugs te nemen, door alcohol te drinken en de pil te nemen. Ik ben me er ook bewust van geworden dat ik anderen doodde door mijn woedeaanvallen tegenover mijn naaste. Ik heb ook gedood door me niet afzijdig te houden van kwaadsprekerij en laster. En ik, die mezelf al zag als een heilige-op-aarde...

Ik heb ook gedood de dag dat ik een vriendin die zich wou laten aborteren naar het hospitaal heb gebracht. Ik weet niet of je weet wat er gebeurt tijdens een abortus, maar dat is verschrikkelijk. Abortus is een moord. Toen Jezus en Maria me ingelicht hebben over die zonde heb ik geweend en heb ik diep berouw gehad. Nu bid ik elke dag dat er geen baby-martelaren meer zouden zijn en dat de moeders die zich hebben laten aborteren oprecht berouw mogen hebben. Ik bid ook

37
voor de dokters en voor allen die abortus uitvoeren op anderen, opdat ze boete zouden doen en hun fout erkennen tegenover God. Ze zullen die zonden moeten herstellen door groot lijden na hun dood. De demonen zullen hen eeuwige folteringen opleggen  als ze zich niet bekeren. Laat ze hun voordeel doen met het bloed en het water dat uit het goddelijk Hart ontsproten is zolang we ons in de tijd van de grote Barmhartigheid bevinden.
37
Vervolgens heb ik hem gevonden met wie ik me moest verloven en ik heb hem uitgelegd dat we tot het huwelijk in onthouding moesten leven.
Na enkele maanden zijn we naar het gemeentehuis gegaan om te huwen en vervolgens heeft een priester ons ontvangen en ons een eenvoudige zegening toegestaan. Hij heeft een kleine ceremonie georganiseerd voor de H. Maagd, welteverstaan zonder de zegening van de ringen. Van zodra dit gedaan was zei Jezus mij: “Dit is een leugen”. Ik heb dadelijk begrepen dat deze eenvoudige zegening Hem niet beviel. We zijn dan naar huis gegaan. We hadden net een huis gekocht met de bedoeling daar gelukkig te leven.

De dag, volgend op ons huwelijk heb ik een buitengewone ervaring beleefd. Mijn ziel bevond zich in een vredig oord, als in een bos. Ik was met Jezus aan het wandelen en we voelden ons beiden zo goed. Ik bevond mij in een toestand van totaal geluk en toen ik weer tot mezelf kwam was ik doordrongen van dat geluk, van die volheid en van die vreugde met Jezus gepraat te hebben, zonder dat ik me evenwel kon herinneren wat Hij me gezegd had. Ik voelde een enorme liefde voor Jezus en ik voelde ook hoezeer Hij op mij verliefd was. Ik heb er nog heimwee naar.

Nadat ik dat beleefd had, ben ik naar een kerk gegaan en voor het kruisbeeld heeft Jezus me gezegd: “Geef Mij je leven”. Ik was zo gelukkig dat ik die avond naar de mis gegaan ben en gecommuniceerd heb, zonder te beseffen dat ik een grote doodzonde op mijn geweten had. Inwendig wist ik dat ik de Eucharistie niet moest naderen, maar een onweerstaanbare kracht dwong mij het Lichaam van Christus tot mij te nemen.

Op dat ogenblik van mijn leven wist ik niet dat het de demon was die me aanspoorde het Lichaam van Christus tot mij te nemen terwijl ik in staat van zonde was. Hij had me daartoe gedreven om mij in het verderf te storten. Het is pas later dat ik begrepen heb dat mijn ziel nog dieper in de afgrond geraakt was omwille van die communie.

38
Dat heb ik begrepen toen Jezus me zei “Je ontheiligt mijn Lichaam”. 's Anderendaags ben ik weer naar de mis gegaan en ik heb niet gecommuniceerd. Dan heb ik gehoord: “Je bent verstandig”. Ik kende toen het Woord Gods niet dat ik later ontdekte: “Wie dan op onwaardige wijze het brood eet of uit de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en het bloed van de Heer. Iedereen moet zichzelf onderzoeken alvorens van het brood te eten en uit de beker te drinken. Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. “ (1Ko 11:27-30)

Jezus zei me: “Je ziel was verloren”. Zonder de biecht, het echte sacrament van de barmhartigheid, was ik geestelijk helemaal dood. Daarom zal ik wat verder over mijn eerste biecht spreken. Spijtig genoeg vallen veel zielen in de hel op het uur van hun dood omdat ze het Lichaam niet onderkend hebben, ze hebben geen respect gehad voor het Lichaam van Christus en Jezus heeft hen uitgespuwd op de dag dat hun ziel geoordeeld werd. Als ze bij een priester gebiecht zouden hebben zouden ze misschien in het vagevuur zijn of in de hemel, maar niet in de hel.

Na die ervaring heeft Jezus me gezegd: “Ik heb een plan met jou”. Feitelijk heeft Hij me geschapen voor de zending die Hij me gegeven heeft om te volbrengen: alle volken bezoeken om te getuigen over zijn grote Barmhartigheid. Voor mijn geboorte heeft Hij me gekozen om zijn getuige te zijn in de wereld.

Twee dagen na het huwelijk heb ik de echtelijke kamer verlaten omdat Jezus is gekomen om mij er weg te halen, met de woorden: “Gehoorzaam Mij”. “Ik verlang herstel.”
Ik heb dan aan Jezus gezegd: “Weet Je, het is niet gemakkelijk je zo snel te bekeren”.

Ik had vleselijke verlangens en Jezus zei me: “Je moet het verlangen doden”, Hij heeft er nog aan toegevoegd: “Je zonde heeft Me beledigd”. “Onderwerp je, mijn dochter” (wat betekende: “onderwerp je aan mijn wet”) en Hij heeft me demonen met wrede ogen getoond aan wie ik gebonden was door mijn zonde van overspel. Wat een verschrikking! Mijn ziel leed als een martelaar en ik hoorde mijn ziel zeggen: “Ik lig op de bodem van de afgrond”.

39
Wat een lijden, beste broers en zusters! Spiritueel voelde ik mij intens ontredderd. Als ik geweten had dat het burgerlijk huwelijk me naar het diepste van de hel zou leiden, dan was ik vrijgezel gebleven of ik had een vrije man gehuwd, zeker geen gescheidene die al eens in de Kerk getrouwd was. Jezus heeft me willen opluchten: Hij merkte dat ik mezelf vanbinnen opvrat omdat ik veel liefde miste en leed omdat ik fysiek gescheiden was van de man die ik zopas gehuwd had.

Ik was erg gekwetst. Toen heeft Jezus me gezegd: “Je wonde is groot”. Later heeft Hij daaraan toegevoegd: “Geef Mij je ontreddering” en verscheiden keren heeft Hij me laten rusten aan zijn teder Hart, om mij te laten voelen hoezeer Hij van me hield. God houdt waanzinnig veel van ons maar Hij kan zijn Wet niet verloochenen omdat die deel uitmaakt van Hemzelf.

Vervolgens heeft God me momenten van intense vrede laten beleven. Het Hart van Jezus is een oceaan van liefde, van uitgelezen tederheid en van barmhartigheid. Ik heb dan aan Jezus gezegd: “Mijn God, zorg dat ik nooit uw Liefde verlies”. Nadat ik van die onbeschrijflijke vrede had geproefd, heb ik de wereld waarin ik leefde teruggevonden en ik ben op reis vertrokken naar het Heilig Land. Om mijn vlees te reinigen ben ik gaan baden in de Jordaan.

Toen Naäman, de generaal in het leger van de koning van Syrië gehoorzaamd had aan de profeet Elisa, die hem de opdracht gegeven had zich te gaan baden om gereinigd te worden, werd zijn huid weer als die van een klein kind. (2Kon 5:14). Ik geloofde in het woord Gods: “Was u zevenmaal in de Jordaan; dan zal uw huid weer gezond worden en zult u gereinigd zijn“. Nadat ik me zeven maal had ondergedompeld in de Jordaan is mijn vlees, dat melaats was, weer zuiver geworden en vanaf dat ogenblik heb ik geen seksueel contact meer gehad.

Toen ik Kafarnaüm bezocht heeft Jezus me gezegd: “Verwerp je huwelijk”. Toen heb ik begrepen hoezeer mijn huwelijk met een gescheidene Jezus had beledigd, gezien hij reeds in de Katholieke Kerk gehuwd was geweest. (2)
Ik dacht: “Heer, wat zal er worden van al die koppels die in hoererij leven?” Ik heb begrepen dat God allen zou redden die Hem hun onthouding en herstel aanbieden door een leven van boetedoening. Zich onthouden van seksuele contacten in een koppel dat niet door God verenigd is in het sacrament van het huwelijk in de Kerk is een daad van boetedoening. Die boetedoening herstelt de belediging die God werd aangedaan. Als de boetedoening oprecht is zal God hen bevrijden van de straffen van de hel.

40
God heeft mij ook voorgelicht over de koppels die in de kerk gehuwd zijn en die de seksuele daad op een onzuivere manier verrichten. Sommigen bezondigen zich aan afschuwelijk dingen met hun vlees en ontheiligen op die manier hun huwelijks sacrament. Ik heb begrepen dat velen onder hen streng getuchtigd zullen worden als ze zich niet bekeren.
Aangezien ik persoonlijk onzuiver was geweest, heeft de Heilige Maagd me gezegd dat ik zeer zuiver moest blijven, daarom is het dat ik sedert lang in onthouding leef. Zoals Maria Magdalena doe ik boete. Ik heb begrepen dat je niet moet spelen met het vlees omdat met het vlees spelen gelijk is aan spelen met de duivel.

Ik heb ook begrepen dat de seksuele daad een gave Gods is, niet voor het plezier maar voor de voortplanting. Toen ik in Jeruzalem was, heb ik een priester gesproken over wat ik met Christus meemaakte en de priester heeft me gezegd dat ik moest getuigen in de wereld. Vervolgens ben ik naar Frankrijk teruggekeerd en daar heb ik de beproevingen moeten doorstaan die mij wachtten om mijn ziel te zuiveren. Ik was net getrouwd om een haard te stichten met kinderen maar op dat ogenblik heeft God me gezegd dat het verboden was me voort te planten (omdat ik het sacrament van het huwelijk niet had). Ik bevond mij in een toestand van overspel en ik had het zesde gebod van Gods Wet overtreden “Gij zult geen overspel plegen”.

De volgende ochtend heb ik een biechtvader gezocht die me met naastenliefde ontving en ik heb hem
uitgelegd wat God van me vroeg. De priester heeft me bevestigd dat we als broer en zuster moesten leven en hij heeft eraan toegevoegd dat ik zou mogen communiceren als ik aanvaardde in een aparte kamer te slapen om de zuiverheid te bewaren. Hij heeft me uitgelegd dat de scheiding het huwelijk in de Kerk niet verbreekt en dat mijn man met zijn wettelijke echtgenote voor God gehuwd bleef tot de dood hen zou scheiden, zelfs als ze een nieuw leven was begonnen. “Dat de mens niet scheidde wat God heeft verenigd!”

41
Ik weet zeer goed dat God aan die vrouw de rekening zal presenteren. God heeft me gezegd dat Hij om de ontrouwe vrouwen weende. Die vrouw die haar echtgenoot verlaten heeft zal meemaken hoe God, bij haar persoonlijke berechting zegt: “Vrouw, wat heb je met je echtgenoot gedaan?” Als ze tot God had gebeden zo Hij hen herenigd hebben, maar haar hart was te hard. De ziel van een vrouw die haar echtgenoot niet vergeeft of die hem verlaat is in het verderf. Hetzelfde geldt voor de man die zijn vrouw verlaat. Toch, als de vrouw haar man verlaat omdat haar leven in gevaar is, is het anders. In dat geval staat de Kerk de lichamelijke scheiding toe maar niet de echtscheiding. Als een echtgenoot zijn vrouw bedriegt en haar verlaat voor een andere, al dan niet om te hertrouwen, pleegt overspel en zal daarvoor aan God streng rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel.

Denkt de man of de vrouw die de haard verlaat aan de gevolgen die dat zal meebrengen voor de kinderen? Op de dag dat hun ziel geoordeeld wordt, zullen de vader en de moeder streng rekenschap moeten geven wat betreft de christelijke opvoeding en de liefde die ze aan hun kinderen hebben gegeven. Ze moeten zich verantwoorden over hun vaderschap en hun moederschap. Beseffen die mensen dat hun kinderen hun hele leven verstoord zullen zijn wegens hun ontrouw? De mens is dikwijls egoïstisch en denkt enkel aan zichzelf. Maar hoezeer zullen zij tegenover God moeten rekenschap geven op de dag dat hun ziel geoordeeld wordt!

Als de film van hun hele leven voor hun ogen zal passeren en de zonde zal ingeschreven worden in het boek des levens, welke beproeving zal de ziel dan lijden als die zonde niet uitgewist is geworden door de sacramentele biecht. Welke beproeving zal de ziel lijden als ze zich niet bij leven heeft bekeerd... En welk lijden zal de ziel voelen als ze de gevolgen van haar ontrouw en het lijden dat zij de kinderen heeft aangedaan zal ondergaan, zoals ik het heb aangevoeld omdat ik de kinderen van mijn man had doen lijden door te verlangen dat hij uit de echt zou scheiden. Alhoewel ook zijn vrouw reeds jaren de echtscheiding vroeg, had ik dat persoonlijk nooit moeten doen.

Ik kan jullie wel zeggen dat ik, zelfs na al die jaren, in mijn ziel een grote vertwijfeling voel omdat ik de dochter van de man met wie ik een burgerlijke verbintenis was aangegaan had doen lijden. Op een dag dat het kind weende en leed omwille van ons huwelijk, heeft God me op strenge toon gezegd: “Doe boete”.

42
Zestien jaar later, lijd ik nog steeds onder de gevolgen van dat huwelijk. En ik heb aan God gezegd: “Die kinderen, omdat ze niet de mijne zijn, om mijn zonde te herstellen, zal ik mijn hele leven bidden voor hun heil. Ik houd van hen als van mijn eigen kinderen en ik wil hen ooit terugzien in de hemel”.

God was erdoor geraakt en Hij zei dat Hij het hart van hun eigen mama en het mijne zag. Hun mama had hen een andere man opgedrongen van toen ze nog kleine kinderen waren en ze had nooit voor hen gebeden. God heeft mijn hart gezien en enkele maanden later, nadat ik eerlijk berouw had getoond, heeft Hij me gezegd: “Je hebt mijn barmhartigheid”. God staat zijn barmhartigheid niet toe als je niet oprecht boetvaardig bent over je zonde. Wie niet door de deur van Gods barmhartigheid wil gaan, zal door die van zijn gerechtigheid moeten. De gerechtigheid van God, die ook zijn gestrengheid is, is verschrikkelijk. Ze is even groot als zijn barmhartigheid.

Broeders en zusters, wie zijn wij dat we elkaar niet zouden vergeven, als God nog wel zijn beulen heeft vergeven aan het kruis? Hoe willen jullie in de hemel verenigd worden met jullie vijanden, als jullie op aarde al niet van hen houden? God heeft me gezegd: “Als je wilt dat ik je vergeef, vergeef dan de anderen”, zoals Hij het ons heeft onderwezen in het “Onze Vader”.

Toen God me dat zei, bulderde zijn stem doorheen de kerk waar ik me bevond. Ze was zo krachtig dat ik me zeer klein heb gemaakt. God heeft me werkelijk bevrijd toen ik allen vergeven had, toen ik missen had laten opdragen voor mijn vervolgers, toen ik gebeden en gevast had voor hen die me gekwetst hadden...

Omdat ik veel angsten kende, heeft de hemel mij gezegd: “Je zal vrede krijgen aan het eind van talrijke missen”. Dan heb ik vele malen dertig missen laten opdragen en terwijl die missen werden opgedragen voor mijn ziel leed ik verschrikkelijk omdat God mijn ziel bevrijdde van het kwaad. Ik herinner mij een dag dat ik uitgestrekt op de grond lag, zodanig leed ik moreel en lichamelijk en ik hoorde: “Het is de hele hemel die in jou lijdt”. Op dat ogenblik heeft de Allerheiligste Maagd mij gezegd: “Ga en neem de sacramenten tot je” en ze heeft daaraan toegevoegd: “Maria zal je bevrijden van al die demonen” en ik heb verscheidene demonen gehoord die me fluitend verlieten. Dat is me dikwijls overkomen. Dan heb ik besloten een priester op te zoeken. Omdat ik beschaamd was over mijn zonde en omdat ik wat bang was alleen te zijn met een priester, dacht ik dat een collectieve biecht zeer weldadig zou zijn voor mijn ziel.

43
Toen ik het Wetboek van Canoniek Recht las ik wat de voorwaarden zijn opdat een collectieve biecht geldig zou zijn. (3) Nadat ik daarvan kennis had genomen heb ik van die collectieve biecht afgezien en heb ik besloten naar een priester toe te gaan voor een goede persoonlijke biecht. Jezus heeft me daartoe aangemoedigd met te zeggen: “Erken je fout”. Op dat ogenblik heeft de demon me in zijn woede gezegd: “Ik hou je vast” “Ga naar de hel”! Hij voelde dat hij mijn ziel zou verliezen van zodra ik gebiecht had. Ik ben dadelijk naar de kerk gerend en de demon heeft me achtervolgd, zeggende: “Je bent vergeven, je bent vergeven”. Maar ik wist zeer goed dat, als ik direct aan God biechtte, zonder langs de priester te gaan, ik nooit in de hemel kon geraken en ik wist dat, als ik niet in een biechtstoel binnenging, ik niet door de Kerk ontslagen zou zijn van mijn zonden, omdat alleen zij die macht heeft. Dus heb ik volgehouden. De demon heeft me verlaten en de priester heeft me met veel naastenliefde ontvangen maar hij was wat verbaasd omdat ik in mijn hand zoveel bladen hield waarop ik al mijn zonden had genoteerd. Ik had ze opgeschreven zodat ik ze niet zou vergeten.

Lieve broers en zusters, beeld jullie de berg zonden in die ik sedert mijn eerste communie had opgestapeld... Ik heb vertrouwen gehad in de Katholieke Kerk, de enige kerk die Christus met Petrus, de eerste paus, had gesticht en ik ben begonnen mijn zonden te zeggen zonder de priester in de ogen te kijken omdat ik op dat ogenblik erg beschaamd was. Ik wist toen nog niet dat Jezus aanwezig was in de priester om me met liefde in zijn armen te nemen en mij te wassen in zijn Kostbaar Bloed. Ik wist niet dat de biecht een liefdevolle omarming met Christus is. Als ik, op dat eigenste ogenblik in mijn leven, geweten had dat de demonen verplicht zijn naar de hel terug te keren op het ogenblik van de biecht, dan had ik niet al die jaren gewacht om te biechten en zo zou ik niet al die demonen met wie ik gezondigd had binnenin mij gehouden hebben. Ik heb dus mijn hoofd in mijn papieren gestoken en voorgelezen wat ik genoteerd had.

44
Ik heb alles gebiecht waarover ik jullie hiervoor gesproken heb (bezoek aan bars, nachtkroegen, hoererij, masturbatie, burgerlijk huwelijk, overspel, buitenechtelijke samenleving, alcohol, drugs, tabak, geloof in de reïncarnatie, rozenkruisers, spiritisme, astrologie, numerologie, kaarten leggen, New Age...) en ik heb eraan toegevoegd: “Ik heb haat gekoesterd tegenover God en mijn broeders en zusters. Ik heb niemand vergeven. Ik heb tegen God gerebelleerd. Ik ben steeds ongehoorzaam geweest tegenover mijn ouders, de directeurs op het werk. Ik heb de pil genomen, ik heb minirokjes gedragen en decolletés gedragen en zo de mannen doen zondigen. Ik heb gezondigd door onreine woorden en gedachten zonder naastenliefde, ik heb gelasterd en beschuldigd, ik heb verwenst, ik heb veel gelogen, ik heb gestolen. Ik ben niet naar de mis geweest op zon- en feestdagen, ik heb gedurende jaren niet correct gevast, ik ben beschaamd geweest in mijn familie, ik ben beschaamd geweest omdat ik arm was, ik heb het mensen opgedrongen samen te gaan wonen, ik heb een vriendin naar een hospitaal gevoerd om zich te laten aborteren, ik heb niet gebeden, ik heb niet gedeeld met de armen. Ik had veel idolen in de muziek en onder de artiesten. Ik heb pornofilms gezien, horrorfilms, geweldfilms. Ik heb slechte boeken gelezen die niet bijgedragen hebben aan de heiliging van mijn ziel, ik was erg spotziek, ik heb voedsel verspild, ik heb gelasterd, ik heb misbruik gemaakt van de goedheid van de mensen, ik heb de maquillage misbruikt, ik heb kleren gedragen die te luxueus waren... ik heb er ook alle hoofdzonden aan toegevoegd die ik had bedreven want die openen voor mijn ziel de deur van de hel als ze niet gebiecht worden: hoogmoed, gierigheid, afgunst, woede, ontucht, gulzigheid, luiheid. De priester heeft met geduld en naastenliefde naar mij geluisterd en sedert die tijd biecht ik regelmatig elke week.

Lieve broers en zusters, voor elk van die zonden had ik me verbonden met de duivelse hiërarchieën. In de hel is er een heel leger demonen, waaraan je moet weerstaan door te vasten, bidden, boete te doen en de Heilige Rozenkrans. Jezus heeft me gezegd: “Ontvlucht de wereld”. Ik heb begrepen dat Hij me dat zei omdat ik mijn tijd doorbracht bij schoonheidsspecialistes, in goede restaurants, in nachtkroegen, ik maakte reizen naar droomplaatsen, ik kocht heel mooie kleren in warenhuizen. Ik heb dan ook begrepen dat het de duivel was die me dat alles gegeven had zodat ik mijn ziel zou verliezen. Ik leefde zodanig in de wereld dat ik niet aan de armen dacht, vandaar mijn veroordeling met het geld.

45
Toen heeft Satan me gezegd: “Ik hou je gebonden”. Ik verzeker jullie dat de ketens die mij bonden aan de helse hiërarchie zeer zwaar waren. Vanaf dat moment heb ik begrepen dat God de duivels toestond mij te verleiden zodat ik een vrije keuze zou kunnen maken naar de hemel of naar de hel te gaan. God gaf me de totale vrijheid van keuze. De mogelijkheid om lief te hebben of om van de duivel te houden. Ik heb begrepen waarom Jezus ons verwittigd heeft: “Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.” (Mt 26:41)

De baas van de duivels heet Lucifer. Die is het die ik dikwijls hoor brullen als ik voor God werk. Ik heb hem verscheidene keren horen brullen terwijl ik deze getuigenis aan het schrijven was.
In de hel bestaan er meerdere duivelse hiërarchiën. Die duivels bekoren ons op het gebied van de hoogmoed, de ondeugd, de gierigheid, de liefde voor het geld.... In het paradijs bestaat er ook een militie. De Heilige Aartsengel Michaël is daarvan de grote baas. Als ik de paternoster van Sint Michaël en de negen engelenkoren bid, aanroep ik het hemelse hart van de Serafijnen, de Cherubijnen, de Tronen, de Heerschappijen, de Overheden, de Machten, de Krachten, de Aartsengelen en de Engelen. In de hel heerst een gelijkaardige hiërarchie. Niettemin is de hemelse hiërarchie sterker omdat ze twee derden van de engelen omvat. Het overblijvende derde zijn de gevallen geesten.

Lieve broers en zusters, toen ik aan de priester al mijn zonden had bekend, heb ik Jezus geloofd voor zijn Kostbaar Bloed omdat, tijdens mijn biecht, alle demonen die in mij woonden naar de hel waren teruggekeerd want ik had een heel oprechte biecht gesproken. Ik had niets verborgen gehouden voor de priester. Als ik moedwillig enkele zonden had verborgen gehouden, dan was mijn biecht een heiligschennis geweest en dientengevolge zou ik geen enkele genade ontvangen hebben. Ik heb gebruik gemaakt van het bloed en het water die aan Jezus' Goddelijk Hart zijn ontsproten als een bron van barmhartigheid.

Na mijn biecht heb ik mijn penitentie volbracht voor het tabernakel en daar heeft Jezus me met zijn vaderlijke Liefde gezegd: “Je zonde is uitgewist”. Wat een genade! Ja, lieve broers en zusters, mijn zonden, die heeft Jezus uitgewist.

46
Mijn ellende heeft Hij vernietigd. Mijn zwakheid ondersteunt Hij. Mijn gebiechte zonden zijn verdwenen uit het boek des levens waarin alles opgeschreven staat. Wat een genade, dat sacrament van de biecht! Wat een goedheid van God om al mijn zonden op Zich te nemen! De hele eeuwigheid lang zal ik zijn oneindige Barmhartigheid prijzen! Voordat ik biechtte heb ik mijn ziel horen zeggen: “Ik lig op de bodem van de afgrond”. Nadat ik gebiecht had heb ik gehoord: “Ik zit in de diepte van het vagevuur”.

Jezus zei me dat, alhoewel de zonde uitgewist was, ik ze nog moet herstellen zolang ik op aarde ben. Zoniet zou ik ze moeten herstellen in het vagevuur. Hij heeft me het lijden van mijn ziel in het vagevuur laten zien die boete deed voor mijn zonden van het vlees en ik hoorde: “Boete voor de zonde van het vlees”. Ik voelde in mijn ziel de folteringen die de duivels mij oplegden, woedend omdat ik hen verlaten had. Ik heb dat lijden in een geest van nederigheid en herstel aanvaard en ik heb God om genaden verzocht om te verdragen wat ik nog zou moeten ondergaan.

Wat een schaamte was het voor mij toen ik innerlijk zag dat het Satan was die onreinheden met mijn eigen lichaam had gedaan. Ik die zoveel van het seksueel genot hield – mijn ziel is begonnen met veel te wenen en spijt te hebben. Maar er moest hersteld worden. Ik die van minirokjes hield en van mijn borsten te tonen – zo was mijn lichaam in de Gehenna gekomen. Om een mooi lichaam te behouden had ik mijn tijd besteed aan diëten, body building, sauna, jacuzzi. Ik heb zelfs plastische chirurgie gehad. Waartoe heeft dat gediend? Ik bevond mij immers in de vlammen van de hel. Verscheidene keren heb ik die wrekende vlammen gevoeld. Ze zijn verschrikkelijk en zeer krachtig.

Wat zou er van mij geworden zijn zonder het kostbaar Bloed van Jezus? Alleen Jezus' Kostbaar Bloed kan die vlammen doven. Dan heeft Jezus me gezegd: “Respecteer je lichaam” en Hij heeft daaraan toegevoegd: “Wees zeer kuis voor Mij”. De Heilige Maagd heeft me dan gezegd: “Maria houdt ervan dat je jezelf wegcijfert” en Ze heeft eraan toegevoegd: “Je moet niet voor jezelf leven”. Dan heb ik begrepen dat je moet leven om de anderen te dienen. Vanaf dat ogenblik heb ik de Heilige Maria Magdalena benaderd en ik heb haar gevraagd om me te helpen mijn weg in reinheid verder te zetten. Ik heb God gesmeekt me vrij te houden van elke vleselijke bekoring.

Ik heb ook de Allerheiligste Maagd Maria gesmeekt mijn ziel te behoeden voor innerlijke vleselijke bekoringen. Ik heb een beroep gedaan op de Heilige Maagd van de Berg Carmel. Vanaf dat ogenblik zijn de innerlijke bekoringen gestopt maar de demonen hebben mij hardnekkig belaagd in mijn dromen. Ze lieten me erotische dingen zien en beleven. Omdat me dat verscheiden keren was overkomen, zonder dat mijn wil daarbij betrokken was, ik sliep immers, heb ik besloten een priester erover aan te spreken. Ik heb het zelfs gebiecht. De biechtheer heeft me dan gezegd dat het ging om een reiniging van mijn ziel omdat ik zoveel gezondigd had. Eens te meer heeft God me gewassen in zijn Bloed.

Toen ik de priester verlaten had ben ik naar huis teruggekeerd. Dan ben ik door veel angsten overvallen omdat ik mijn echtgenoot – die in enkele uren tijd mijn broer was geworden – erover moest aanspreken; hij heeft weigerachtig die toestand aanvaard maar heeft het desalniettemin aanvaard omdat het om zijn zieleheil ging. Vervolgens heb ik hem uitgelegd dat ik AMORC, de Orde van de Rozenkruisers zou verlaten.

Omdat ik inmiddels overtuigd was dat ik een uitermate foute weg had gevolgd en nadat ik een boek van Mgr. Tournyol van het slot (4) had gelezen ben ik begonnen alle boeken van rozenkruisers-auteurs in kleine stukjes te scheuren, alle boeken over numerologie, handlijnen, kaartleggerij, boeken over spiritisme van Allan Kardec en Léon Denis en de boeken over New Age, als die van H. Blavatsky of A. Bailey en ook nog boeken over occulte wetenschappen.



Wordt vervolgd.